NL

De Sociaal-economische raad van de Duitstalige gemeenschap

Op 11 september 2000 wordt het Sociaal-Economisch Raad (SER) van de Duitstalige Gemeenschap op officieele manier ingezet. De Raad is dus – na de schepping van het Arbeidsambt van de Duitstalige Gemeenschap – een verdere stap in de uitoefening van de werkgelegenheidsbevoegdheid door de D.G.

De sociale partners vinden hier een platform om met elkaar de sociale dialoog te voeren en om een hele serie van adviserende functies tegenover derde personen uitteoefenen. De Raad stelt zich samen uit de vertegenwoordigers van de werkgevers en de vakbonden. De president is Bernd Despineux.

De SER zal zich dus voornamelijk met tewerkstelling en vorming bezig houden, maar hij is nu ook bevoegd, alle anderen materies te onderzoeken, bijvoorbeeld de overige gemeenschappelijke competenties of het economisch beleid, in zoverre deze gevolgen voor de tewerkstelling of de vorming hebben.

Zo beschikt het decreet van 26 juni 2000, dat de SER de ontwikkeling van de tewerkstelling en de vorming zal onderzoeken, dat hij adviesen zal uitbrengen over decreet- en wetsontwerpen in deze materies en dat hij aanbevelingen voor acties zal formuleren.

De sociale partners zullen dus heel concreet aan de vormgeving van het beleid in deze materies deelnemen en eigene initiatieven nemen.

De sociale partners willen in de eerste plaats het goede klimaat in de bedrijven, dat will zeggen een constructieve samenwerking van arbeidgevers en vakbonden, bevoorderen, het vormings- en tewerkstellingsbeleid op de behoeften van de bedrijven toepassen en de werkgelegenheidspositie van de Duitstalige Gemeenschap nog verbeteren.